De basis van het onderwijs

Gepubliceerd door admin op

Heb je wel eens in de cockpit van een vliegtuig gekeken? Al die knopjes, schuiven, metertjes etc.? Zo’n ding is echt heel complex. Toch is een vliegtuig in de basis niet ingewikkeld: motor voor snelheid, vleugels om snelheid om te zetten naar lift, allerlei roeren om richtingen te veranderen en je hebt een aardig beeld van hoe een vliegtuig werkt. Wat het ingewikkeld maakt is om aspecten te optimaliseren, te beheersen, om er mee te landen etc..

Zo kun je ook naar de basis van het onderwijs kijken. Onderwijs is een waanzinnig complex stelsel van wetten, toetsen, gecertificeerde docenten, geldstroom-regels, huisvestingsbeleid, curriculum etc. etc.. Toch is onderwijs in de basis heel overzichtelijk. Iemand wil iets leren, iemand anders helpt die er mee. Zo heb je een aardig beeld van hoe onderwijs werkt. Wat het ingewikkeld maakt is om aspecten te optimaliseren, efficiënter te doen, kwaliteit te borgen, financiën etc.

Stel je voor dat je de service voor de inzittenden van een vliegtuig wilt verbeteren door satelliet televisie aan te bieden. Je schroeft een schotel op de romp, boort er een gaatje in voor de kabel… Wacht! Kijkend naar de basis van vliegen weet je al dat dit niet kan. De schotel gaat de snelheid (weerstand) en stabiliteit (aerodynamica) van het vliegtuig beïnvloeden. Een gaatje boren in de romp betekent dat de druk in het vliegtuig op grote hoogte gaat weglekken, niet fijn voor de inzittenden.

Als je de basis van het vliegen begrijpt, kun je met heel weinig kennis over vliegtuigen al best vaak herleiden of iets werkt of niet.

Voor het onderwijs geldt hetzelfde. Als je goed begrijpt hoe de basis, het proces ‘leren’, werkt, dan kun je zo zien welke aanpassingen aan het reguliere onderwijs helpend zijn en welke niet. Maar je gaat ook zien dat het jaarklassen curriculum-onderwijs helemaal niet strookt met de basis van leren. Dat zal ik nader uitleggen.

Hoe werkt ‘leren’

Voor veel mensen uit het onderwijs staat ‘iets leren’ synoniem voor ‘in het langetermijngeheugen van leerlingen zien te krijgen’. Kleine stapjes en heel vaak herhalen. Ik vind dat een erg beperkte vorm van kijken naar leren. Je leert op school namelijk niet alleen van de aangeboden lesjes. Je leert de hele tijd, je kan zelfs niet niet-leren. En daar zit in het reguliere onderwijs het venijn.

Bijna elke leerling vindt school stom (en als ze het op school wel leuk hebben, dan gaat dat om de sociale contacten, de lessen zijn meestal wel stom). Hoe heeft de leerling geleerd dat school stom is? Dat is niet door middel van een vaak herhaald lesje ‘geleerd’. Nee, doordat de leerling heel vaak (herhaling is inderdaad erg effectief!) ervaart dat een les stom is en dat je er toch naar toe moet, en de volgende les ook, en het volgende leerjaar ook, leert (= neemt de overtuiging aan) de leerling dat school stom is. Een schoolles geeft dus gedeeltelijk bedoeld leren en gedeeltelijk bijeffect-leren. Collaterale schade.

Iedereen leert altijd. Sommige dingen die je leert zijn helpend (= het geleerde maakt bijv. nieuwe gewenste dingen mogelijk) of niet-helpend (= het geleerde maakt bijv. gewenste dingen minder goed (of zelfs niet) bereikbaar, zoals de overtuiging ‘ik ben niet goed genoeg’, ‘ik moet doen wat anderen van mij verwachten’ etc.). Een goed onderwijssysteem laat een leerling vooral helpende dingen leren (overtuigingen aannemen, feiten onthouden) en een slecht onderwijssysteem laat leerlingen vooral niet-helpende dingen leren.

Wat is er nodig om iets helpends te leren?

Om iets helpends te ‘leren’ zijn er een aantal vereisten nodig. De leerling moet intrinsiek geïnteresseerd zijn in een onderwerp (1), de leerling moet mensen of middelen om zich heen hebben van wie deze kan leren (2), er is fysieke ruimte nodig waar de mensen of middelen gevonden kunnen worden (3) en vooral: tijd voor de overdracht van kennis en ervaringen (4).

Het reguliere (‘funderend’) onderwijs bestaat uit een curriculum dat leerlingen wordt opgelegd. Leerlingen worden op basis van leeftijd in een jaarklas gestopt en vervolgens krijgen ze allemaal dezelfde lesstof voorgeschoteld. En dat is in strijd met voorwaarde (1) voor het leren: de leerling moet geïnteresseerd zijn. Nu zal een leerling heus in een aantal vakken of onderwerpen geïnteresseerd zijn, maar er zullen een aantal of zelfs heel veel onderwerpen zijn waar leerlingen helemaal niet in geïnteresseerd zijn. En dan? Dan wordt leren een stuk lastiger. Dan is herhalen het devies.

School is een gebouw met klaslokalen. Ondanks dat er mensen en middelen in de school zijn, is de beschikbaarheid aan kennis en onderwerpen erg beperkt (2). De onderwerpen in het curriculum is maar een fractie van de hoeveelheid onderwerpen in dit universum. De docenten die er in het PO zijn, hebben allen dezelfde opleiding gedaan. In de breedte is er op school dus niet veel meer te leren dan de verplichte lesstof uit het door anderen opgestelde curriculum.

In een klaslokaal heeft elk kind zijn eigen tafeltje en daarmee is de fysieke ruimte (3) voor de leerling wel zo’n beetje bepaald. Het overgrote deel van de school is niet bereikbaar voor een leerling, want daar zitten andere klassen waar deze leerling niets te zoeken heeft. In vernieuwende scholen zijn er soms domeinen waarbinnen een leerling zich kan begeven, dat is al een grote vooruitgang. Maar het blijft slechts een fractie van de ruimte die een leerling in het universum zou kunnen hebben om te leren.

De tijd (4) wordt in het reguliere onderwijs op de minuut ingepland voor lessen die leerlingen voorbereiden op de eindtoets. Hoeveel tijd blijft er over om de leren wat een leerling zelf wil leren? Of zelfs te ontdekken wat een leerling zelf wil leren? Het woord “School” komt van het griekse σχολή (Sgoli) dat vrije tijd / ontspanning (van arbeid) betekent. Onze reguliere scholen doen precies het tegenovergestelde: zij maken van leren ‘werken’. En hard werken: middelbare scholieren hebben een drukkere werkweek dan menige werknemer in loondienst.

Kortom; ons reguliere onderwijs is tot een systeem ontwikkeld dat in de basis helemaal niet geschikt is om tot helpend leren te komen. Het is een vliegtuig vol schotelantennes, doorboorde drukcabines, te zwaar, opstijgend met wind mee, etc etc.

Een lange weg te gaan

Als men met de kennis van nu een onderwijssysteem zou ontwikkelen zonder te weten hoe het reguliere onderwijs er uit ziet, dan zou er iets uitkomen dat op geen manier lijkt op het huidige onderwijssysteem. We moeten ons daarom niet krampachtig vasthouden aan een gedrocht dat ooit is ontstaan vanuit de behoeften van een maatschappij (of slechts de hogere klasse) die al 100 jaar niet meer bestaat.

We hebben een systeem nodig dat elk uniek kind ondersteunt in diens unieke leerweg naar diens unieke plaats in de maatschappij. En dat systeem hoeven we niet eens meer uit te vinden. Het bestaat al, het werkt al. Het enige wat er moet gebeuren is dat we docenten uit het reguliere onderwijs gaan onderwijzen hoe dit systeem werkt, welke vaardigheden daar voor nodig zijn (en deze aanleren) en oefenen met het loslaten van de vele belemmerende overtuigingen over drang, dwang, verplichten, over de ‘ik-wet-het-beter-mindset’, de ‘ik-weet-wat-goed-voor-jou-is-mindset’ etc. Een lange weg te gaan. Maar doorgaan in een failliet systeem maakt de weg alleen maar langer en de schade alleen maak groter.

Categorieën: Onderwijs

2 reacties

Rudi Dierick · februari 24, 2025 op 9:19 am

Sterke argumentatie, maar misschien wel één bananenschil, nl. het verabsoluteren van het criterium dat de leerling (altijd) interesse in iets moet hebben, voor we leren mogen verwachten. Komt dat niet neer op een egocentrische en kortzichtige visie waaarbij rekening houden met redelijke noodwendigheden, wetmatigheden en sociale verwachtingen – en begrip vragen voor dat laatste, uitgeschakeld worden?

    admin · februari 24, 2025 op 11:28 pm

    Ja, ik begrijp uw punt. En ja, iemand moet altijd interesse hebben om iets te leren, maar deze interesse hoeft niet altijd helemaal intrinsiek te zijn. Soms kan een extrinsiek gebracht onderwerp zo gebracht worden dat er wel interesse ontstaat, en daarmee de bereidheid om het aangebodene te onthouden, aan te nemen, te leren. Maar in de basis: de leerling besluit om het aangebodene aan te nemen of niet. Ik heb dat even ‘interesse’ genoemd, want dat woord komt het dichtst bij deze keuze in de buurt. ‘Waardering’ komt ook in de buurt.

Geef een reactie

Avatar plaatshouder

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *