Deductie als transitie-instrument
Logische deductie kan heel effectief ingezet worden om een transitie succesvol te laten verlopen. Daarvoor zijn er drie stappen te nemen:
- Maak een deductie van de huidige situatie, zodat het kernprobleem helder wordt.
- Maak een deductie van de toekomstige situatie waarin het kernprobleem niet meer aanwezig is.
- Maak een deductie van de transitie van de oude situatie naar de nieuwe situatie.
De deducties zijn niet heilig. Ze zijn afhankelijk van de mate van volledigheid en nauwkeurigheid bij het opstellen: rommel in geeft rommel uit.
1. Het maken van de deductie van de huidige situatie (Current Reality Tree)
Een CRT is een logisch netwerk van oorzaak-gevolgrelaties dat laat zien waarom een systeem (zoals het onderwijs) de problemen voortbrengt die we dagelijks ervaren. Het eindresultaat is een diagram waarin alle belangrijke ongewenste effecten (UDE’s) met elkaar verbonden zijn en wijzen op één (of soms twee) onderliggende oorzaken.
De eerste stap is het verzamelen van ‘ongewenste effecten’: een waargenomen effect dat niet gewenst is. Maak een lijst met tussen de 5 en 10 ongewenste effecten. Het is niet nodig compleet te zijn: elk effect moet logisch terug te herleiden zijn tot het kernprobleem.
Neem concreet waar wat er ongewenst is. Vermijd oordelen als “te veel” “niet goed genoeg”.
De volgende stap is om oorzaak-gevolg-relaties leggen. “Als dit, en als dat, dan moet ook …”. We gebruiken hiervoor vragen zoals:
– Onder welke voorwaarden klopt deze relatie altijd?
– Wat moet er waar zijn om dit effect te veroorzaken?
– Wat mis ik om de logische stap helemaal sluitend te krijgen?
Soms blijkt dat er iets ontbreekt tussen twee UDE’s. Dan voegen we een ‘tussenliggende voorwaarde’ toe die nodig zijn om de logica kloppend te maken. Dat is een proces van proberen, toetsen, aanpassen, weer toetsen, schrappen, verfijnen, stapje er bij etc. Langzaam wordt de structuur van het systeem zichtbaar.
We gaan hiermee door tot alle ongewenste effecten met logische relaties aan elkaar verbonden zijn in een diagram. Onderaan zitten de wortels van het systeem. Daar staat het kernprobleem. De CRT is onverbiddelijk: als de logica klopt, klopt hij ook wanneer je liever niet ziet dat hij klopt. Meedogenloos, maar eerlijk.
Als het kernprobleem zichtbaar is, begint het werk aan de tweede deductie: de toekomstige situatie (Future Reality Tree).
2. Het maken van de deductie van de toekomstige situatie (Future Reality Tree)
Voor elke verandering komen er veelal mogelijke bezwaren of risico’s boven. “Ja, maar wat als…!” Deze zijn belangrijk. Noteer ze en zoek voor elk ervan de noodzakelijke voorwaarden die deze problemen veroorzaken.
Ontwerp maatregelen om de noodzakelijke voorwaarden te laten verdwijnen. De ongewenste effecten verdwijnen mee, soms zelf meerdere tegelijkertijd. Zo ontstaat er een boom waarin alle risico’s zijn aangepakt en het nieuwe systeem logisch wordt opgebouwd. De FRT vormt zo een logisch onderbouwde blauwdruk van de toekomstige situatie.
3. Het maken van de deductie van de transitie van oud naar nieuw (Transition Tree)
De TT beschrijft de route van de oude naar de nieuwe situatie.
Definieer begin- en eindsituatie en dentificeer noodzakelijke stappen en voorwaarden. Sommige stappen kunnen pas na andere stappen plaatsvinden; andere hebben aanvullende voorwaarden.
Breng risico’s en alternatieven in kaart. Waar kan iets misgaan? Welke alternatieven zijn er als een stap niet lukt?
De TT visualiseert wie wanneer wat doet, welke keuzes invloed hebben, en welke opties er zijn bij onverwachte omstandigheden. Het is vooral een communicatie- en planningsmiddel dat oorzaak-gevolg-afhankelijkheden zichtbaar maakt.
Samengevat: Met deze drie gereedschappen (CRT, FRT en TT) kun je:
- Het kernprobleem van een systeem logisch identificeren.
- De toekomstige situatie planmatig opbouwen en risico’s beheersen.
- De transitie van oud naar nieuw effectief ontwerpen en communiceren.
Zo ontstaat niet alleen inzicht, maar ook een praktisch werkbare route om veranderingen succesvol te realiseren.